veiligheidsproblemen mat'64 ns

27 maart 2015

Aanbeveling inspectie genegeerd

“NS MARCHANDEERT MET VEILIGHEID”

Voor Beter OV constateert dat de NS marchandeert met de veiligheid van reizigers. Tot deze conclusie komt de reizigersclub nu bekend is geworden dat de NS een veiligheidsaanbeveling van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) sinds 2008 heeft genegeerd. ILT had de NS toen na een ontsporing bij een overwegbotsing die in 2007 in Coevorden plaatsvond aanbevolen, baanschuivers aan te brengen op de oudste stoptreinen om daarmee het verhoogde ontsporingsrisico te verkleinen. De NS heeft aan die aanbeveling nooit gehoor gegeven.

ILT heeft het negeren van zijn aanbeveling door de NS in 2008 geaccepteerd omdat de NS destijds verklaarde dat “de treinen van het type Materieel ‘64 op korte termijn uit dienst zouden gaan”. Dat blijkt dus niet waar te zijn: ruim zeven jaar na de overwegbotsing in 2007 rijden er nog tientallen treinen van dit type dagelijks op het Nederlandse spoor. De gevolgen daarvan werden zondagochtend pijnlijk duidelijk.

Een overwegbotsing nabij Teuge leidde afgelopen zondag tot een enorme ravage doordat de stoptrein ontspoorde. Deze stoptrein van het oudste type (het zogeheten Materieel ’64) was in tegenstelling tot de aanbeveling van ILT niet voorzien van een baanschuiver, hetgeen hoogstwaarschijnlijk heeft bijgedragen tot de ontsporing. Hierdoor is een potentieel gevaarlijke situatie ontstaan doordat een ontspoorde trein bijvoorbeeld in het pad van een tegemoetkomende trein op het andere spoor terecht kan komen, of omvallen. Deze gebeurtenissen (het niet aanbrengen van baanschuivers en de ernstige ontsporing van afgelopen zondag) logenstraffen de consequent door de NS gebezigde stelling dat de veiligheid van de reiziger altijd voorop staat.

Niet alleen de veiligheid, maar ook de beschikbaarheid van ons spoorsysteem heeft te lijden gehad onder de beslissing van de NS. ProRail heeft vier en een halve dag nodig gehad om de schade te herstellen. Al die tijd was er tussen Apeldoorn en Deventer geen treinverkeer mogelijk.

In een brief aan de Inspectie Leefomgeving en Transport vraagt Voor Beter OV opheldering over de veiligheid van de oudste stoptreinen. De belangenorganisatie is van mening dat het kwalijk is, dat informatie over het negeren van een veiligheidsaanbeveling pas op tafel kwam nadat de Telegraaf zich met de kwestie was gaan bezighouden.

Onderstaand leest u de brief die Voor Beter OV op 25 maart aan ILT stuurde.

Inspectie Leefomgeving en Transport
Rail en Wegvervoer
Handhaving Rail

Amsterdam, 25 maart 2015

Geachte dames, heren,

Afgelopen zondagochtend vond er op het spoorbaanvak Deventer - Apeldoorn nabij Teuge een overwegbotsing plaats tussen een NS-reizigerstrein van het type MAT64 en een personenauto. De inzittende van de personenauto kwam hierbij om het leven. De materiële schade was groot. De trein raakte ontspoord en over een afstand van enkele honderden meters werden spoor, bovenleidingportalen, bovenleiding en stroomkabels onherstelbaar beschadigd.

Volgens de prognoses zou het vervangen van de onherstelbaar beschadigde elementen en herstel van de overige schade morgenochtend (donderdag 26 maart) bij de aanvang van de reizigersdienst gereed zijn. Tot die tijd kunnen er tussen Apeldoorn en Deventer geen treinen rijden. Dat vinden wij een zeer lange buitendienststelling. Heden werd bekend dat ook de prognose “donderdag aanvang dienst”  niet zal worden gehaald. Met zo’n bijzonder lange herstelperiode kunnen wij ons als reizigersbelangenorganisatie niet verenigen. Daarom richten wij ons tot uw Inspectie.

Naar wij hebben begrepen, verricht uw Inspectie onderzoek naar de gebeurtenissen op en sinds zondagochtend. Wij verzoeken u, daarbij de volgende aandachtspunten mee te nemen:

•    Hoe kan een overwegbotsing met een auto tot zo veel schade aan treinbaan, bedrading, portalen en bovenleiding leiden;

•    Hoe kan het dat de trein bij de botsing ontspoorde, en is het treintype MAT64 voor ontsporingen bij botsingen extra gevoelig;

•    Is door deze botsing en ontsporing potentieel gevaar ontstaan voor inzittenden van deze trein c.q. zou dat extra het geval zijn bij treinen van het type MAT64;

•    Op welke wijze kan worden tegengegaan dat bij een overwegbotsing een trein ontspoort, en op welke wijze kan de schade aan infrastructuur na een overwegbotsing worden beperkt;

•    Deelt u onze opvatting dat de hersteltijd tot hervatting van de dienstregeling na de overwegbotsing te lang is, en hoe kan deze hersteltijd worden bekort?

Wij zouden het zeer op prijs stellen als u deze vragen in uw onderzoek zou willen meenemen. Eveneens zouden wij het zeer op prijs stellen, uw (voorlopige) bevindingen zo spoedig mogelijk te mogen vernemen.

Afschriften van deze brief zonden wij aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, de NS en ProRail.

Met vriendelijke groet,

Maatschappij Voor Beter OV,

Rikus Spithorst,
voorzitter